- Welke spieren train je met een laterale boxsprong?
- Een laterale boxsprong richt zich vooral op de bovenbenen, bilspieren en onderbenen. Daarnaast train je je core-spieren voor stabiliteit en verbeter je je cardiovasculaire conditie door de explosieve beweging.
- Welk materiaal heb ik nodig voor een laterale boxsprong en zijn er alternatieven?
- Je hebt een stevige, stabiele box of bank nodig die niet kan verschuiven. Heb je geen box, dan kun je een step, plyo-box of zelfs een stevige bank gebruiken, mits deze stabiel genoeg is om veilig op te landen.
- Is een laterale boxsprong geschikt voor beginners?
- Beginners kunnen deze oefening doen mits ze starten met een lage verhoging en de techniek eerst rustig oefenen. Het is belangrijk om goede sprong- en landingscontrole te hebben voordat je hoger gaat springen.
- Wat zijn veelgemaakte fouten bij laterale boxsprongen en hoe voorkom ik ze?
- Veelvoorkomende fouten zijn te weinig kniebuiging bij de landing, te ver van de box afspringen of op een wiebelige ondergrond trainen. Zorg altijd voor een gecontroleerde afzet, land zacht en gebruik een stabiele verhoging.
- Hoeveel herhalingen en sets zijn ideaal voor laterale boxsprongen?
- Voor kracht en explosiviteit doe je 3 tot 4 sets van 8 tot 12 herhalingen per zijde. Voor conditietraining kan je kortere pauzes nemen en meer herhalingen uitvoeren, bijvoorbeeld 30 tot 45 seconden per set.
- Welke veiligheidsmaatregelen moet ik nemen bij laterale boxsprongen?
- Gebruik altijd een stabiele box en draag sport- of hardloopschoenen met goede demping. Warm goed op, controleer je landing en oefen eerst op lagere hoogtes om blessures aan knieën en enkels te voorkomen.
- Welke variaties bestaan er op de laterale boxsprong?
- Je kunt variëren door de hoogte van de box aan te passen, een medicinbal vast te houden of enkel op één been te landen voor extra balansuitdaging. Voor conditionele training kun je de sprongen sneller achter elkaar uitvoeren.