- Welke spieren train je met de Dumbbell Eénarmige Upright Row?
- Met de Dumbbell Eénarmige Upright Row train je voornamelijk je schouders (specifiek de laterale en frontale deltoiden). Daarnaast worden ook je biceps en bovenrugspieren, zoals de trapezius, actief meegetraind.
- Welk materiaal heb je nodig voor de Dumbbell Eénarmige Upright Row en zijn er alternatieven?
- Je hebt enkel een dumbbell nodig, wat deze oefening ideaal maakt voor thuis of in de sportschool. Als alternatief kun je ook een kettlebell of een gevulde waterfles gebruiken wanneer je geen dumbbells hebt.
- Is de Dumbbell Eénarmige Upright Row geschikt voor beginners?
- Ja, deze oefening is geschikt voor beginners mits je start met een licht gewicht en de beweging langzaam uitvoert. Focus op techniek en controle om blessures te voorkomen voordat je het gewicht verhoogt.
- Welke fouten komen vaak voor bij de Dumbbell Eénarmige Upright Row en hoe voorkom je ze?
- Veel voorkomende fouten zijn het te snel bewegen, de pols hoger dan de elleboog brengen en het optrekken van de schouders. Voorkom dit door gecontroleerd te liften, de elleboog altijd hoger dan de pols te houden en je schouders laag te laten.
- Hoeveel sets en herhalingen worden aanbevolen voor optimale resultaten?
- Voor krachtopbouw kun je 3–4 sets van 8–10 herhalingen per arm doen met een uitdagend gewicht. Voor spieruithoudingsvermogen kies je 2–3 sets van 12–15 herhalingen met een iets lichter gewicht.
- Wat zijn belangrijke veiligheidsaspecten bij de Dumbbell Eénarmige Upright Row?
- Zorg ervoor dat je pols en elleboog in een natuurlijke positie blijven en dat je geen pijn voelt bij het optrekken. Warm goed op en gebruik een gewicht dat je volledig onder controle hebt om schouder- en polsblessures te voorkomen.
- Zijn er variaties op de Dumbbell Eénarmige Upright Row voor extra uitdaging?
- Ja, je kunt de oefening uitvoeren met een weerstandselastiek, in een half-knielende positie of door de beweging te combineren met een front raise. Ook kun je het tempo vertragen of pauzes inlassen aan de bovenkant van de beweging voor extra spieractivatie.